Eigen Wijze

Inspiratie 

januari 2012

Een nieuw jaar. Wat zal het ons, de wereld brengen? Ik hoop heel veel goeds. Ik hoop en wens voor iedereen een liefdevol 2012. Graag geef ik onderstaande zegening mee.

Nieuwjaarszegen   
(uit: John O'Donohue, Gezegend de ruimte tussen jou en mij)

Moge, als op een dag
het gewicht zwaar
op je schouders rust
en je struikelt,
de klei je dansend
in evenwicht brengen.

En als je ogen
bevriezen achter
het grijze vensterglas
en het spook van verlies
bezit van je neemt,
moge dan een menigte kleuren,
indigo, rood, groen
en azuurblauw,
een weide vol vreugde
in je wakker roepen.

Als het doek dat de currach,
de boot van je gedachten, bekleedt,
gaat rafelen en er een zwarte vlek
van zeewater onder je kruipt,
moge er dan over het water een pad
van geel maanlicht ontstaan
dat je veilig thuisbrengt.

Moge het voedsel van de aarde het jouwe zijn,
moge de helderheid van het licht de jouwe zijn,
moge de vloeiendheid van de zee de jouwe zijn,
moge de bescherming van de voorouders de jouwe zijn.

En moge deze woorden
door een bedaarde wind van liefde
om je heen geweven worden:
een onzichtbare mantel die jouw leven
zorgzaam omringt.


oktober 2011

Is het niet geweldig dat een dichter dit jaar de Nobelprijs voor de literatuur heeft gewonnen: Tomas Tranströmer. Zijn 'Weerschilderij' is een prachtig gedicht voor deze maand.

De Oktoberzee blinkt kil
met haar rugvin van luchtspiegelingen.

Niets rest dat herinnert
aan de witte duizeling van zeilwedstrijden

Een barnsteenschijnsel boven het dorp.
En alle geluiden in trage vlucht.

De hiëroglief van een hondeblaf staat
geschilderd in de lucht boven de tuin

waar de gele vrucht de boom te slim
af is en zich laat vallen.

    (uit: Het wilde plein, 1992; vertaling J.Bernlef)

september 2011

2011 is een vol jaar, waarin ik door veel mensen en teksten geïnspireerd word. Deze zomer ben ik veel bij de oceaan geweest - in Portugal en in Engeland. Elke dag anders, elke dag om van te houden: water dat komt en gaat, stil of onstuimig. Daarom een stukje uit 'Lofzang op het water' van John O'Donohue.

(....)
Getijden, beroerd door de eros van de maan,
putten uit die doorlopende rusteloosheid
volmaakte golven die loom opkomen
en afnemen in allerlei tinten van aquamarijn,
en offeren zo elke laatste traan van verrukking
op het altaar van verstild binnenland.

En de regen in de nacht,
er door de eenzaamheid van de wind
toe aangezet door de duisternis heen te dringen,
alsof er ergens een luchtzak opengaat,
die de geur van de verloren dag loslaat
en een enkele herinnering redt van zijn verlaten woeling,
en zijn verlangend gewicht
in de aarde laat vallen en ankeren.

(...)  

uit: Gezegend de ruimte tussen jou en mij.

december 2010

De winter is vroeg dit jaar. Buiten ligt sneeuw, het vriest en de vogels hebben het druk met het zoeken naar voedsel. Hoe houd je in barre tijden de hoop levend? Het is een vraag die me bezig houdt in een wereld die ik kouder en kouder zie worden. De gedichten van Wislawa Szymorska helpen mij. Haar schijnbare eenvoud en oog voor het kleine raken mijn ziel.

Enige woorden over de ziel

Een ziel heb je nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken
en voor altijd.

Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbijgaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing dat we oud zijn.

Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.

Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.

Ze is kieskeurig:
ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen verschillende gevoelens.
Alleen als die twee verbonden zijn,
is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze weer van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet ernaar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.

    uit: Het Moment. 2003 (vertaald door Gerard Rasch)

september 2010

De zomer is bijna voorbij, de herfst is al ruikbaar en voelbaar. Deze zomer heb ik het werk ontdekt van David Whyte: zijn gedichten en zijn boek "Crossing the unknown sea. Work as a pilgrimage of identity". Verhelderend vind ik zijn onderscheid tussen ambitie en verlangen als richtsnoer in het werk. Hij wijst erop dat ambitie je wel naar een horizon kan brengen, maar niet er voorbij. Daarvoor heb je verlangen nodig; verlangen is richtinggevend, maar houdt de verbeelding levend en kan je voorbij de horizon brengen. Onderstaand gedicht als ode aan het verlangen als baken (p81).

But still, on the ocean, there is
no path

only the needle's trembling dance
north

... followed
without fear,

thought the dance now is fear
and calmness
in one movement

seeing

as you look
not only the angry sea
of what you
have denied

but
here,
near at hand,
in the center of your body,

the rose-fire
of the compass
blossoming
with direction.

april 2010

Volop voorjaar. Ik zie de koolmeesjes nestelen in het nestkastje waar ik op uitkijk. Altijd ben ik weer blij ze daar bezig te zien. De zon schijnt en alles schiet de grond uit. De levensstroom pakt mij en neemt me mee: geluk. Chawwa Wijnberg verwoordt dit mooi, vind ik.

Opeens

Opeens was er die smaak
in de lucht
een genadig trillen was het
of kietelige zon of
nee, trek ergens in
een wandeling, het eten
van een narcis, of
kippemuur dat fijne groen of
jeuk, ja jeuk maar dan
aan je lurven die schurkten of
zin, ja zin
om mee te gaan met de muziek
of zomaar op de stoep gaan zitten
iemand aanspreken en zeggen
zie je dat, ach laat maar
we zullen - of juist niet
en dan onder een paraplu
waar de regen giechelt
diep snuivend ademhalen
en ontroerend, hoop voelen
bij het lood in je sokken

zou je dat lente kunnen noemen

    (uit: Echo van de roos. 2003)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
januari 2010

Nieuwjaar! Natuurlijk voor iedereen heel veel goeds gewenst. Ik heb de afgelopen maanden 'geleefd' met 'De elegieën van Duino' van R.M. Rilke. De allerlaatste strofe:

En wij, die denken aan stijgend
geluk, ervoeren misschien de ontroering,
die ons bijna verbijstert,
als iets dat geluk is, valt.

Veel vallend geluk in 2010!


~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~